Column week 34-2026

Arno Walraven en Harrie Maessen. Twee echte Häörder mannen zullen op toerbeurt iedere week een column schrijven op deze website. Iets over de actualiteit in de wereld, in Horn. Iets over wat ze bezig houdt. Een frisse kijk in de toekomst of een grijze blik naar het verleden. Het kan allemaal voorbij komen. Ik geef ze hier de vrije hand om hun verhaal te doen en wens u veel leesplezier.

Arno Walraven.JPG
Arno Walraven

Leven in de brouwerij

 

Tot ’s avonds laat gezellig feesten en ’s middags om half twee alles aan kant hebben. Dat is kindervakantiewerk. Kvw is natuurlijk veel meer dan dat, maar het is wel wat de jongeren typeert. Ook dát is onze hedendaagse jeugd, het is lang niet alles kommer en kwel. Integendeel. Meester Thoonen was in 1962 de grondlegger van het kindervakantiewerk in een tijd dat slechts weinigen op vakantie gingen. Ik heb er altijd aan deelgenomen, als kind, als leider en als lid van de staf. Steevast was het een fantastische week waarnaar uitgekeken werd. En nog. Ik sprak onlangs iemand over gemeenschapszin. Ik heb hem verwezen naar kvw. Beter kon ik het niet uitleggen. Voor de kinderen een feestweek, leiders stijgen boven zichzelf uit. Plaatselijke bedrijven doen een duit in het zakje. Scouting biedt de helpende hand. Richard Hendrickx legt zelfs een heus spetter-eldorado aan. Hij heeft het materieel en de plaats ervoor. Sponsoren, ouders, kortom het hele dorp is erbij betrokken. Een superleuke week voor jong en oud, voor weinig geld. Niet moeilijk doen, plezier maken met z’n allen. En ik geniet er vanuit onze achtertuin van. Natuurlijk zijn er ook mensen die zich storen aan het geluid, het is nu eenmaal geen stille omgang. Maar dat is het ook niet als de voetbalclub feestviert of beachvolleybal, Solar, Almabtrieb. Dan weet je dat je woont in een dorp dat leeft. Alles bestaat bij de gratie van  leven en laten leven, van de gunfactor. Ik ken dorpen waar dat niet is, ik ken er ook waar dat heel sterk is. Bij ons dus. Je hebt geluk of je hebt pech. Kindervakantiewerk en Vastelaovendj zijn de beste voorbeelden van leefbaarheid. Zolang er een schutterij in het dorp is, de voetbalclub, een harmonie, kvw en de Sjaopsköp zit het goed. Volgende week viert het dorp kermis. Die is helaas op z’n retour. Ik schreef er vele columns over vol. Over de attracties die voor onze deur stonden, de sjoegelsjuutjes en de karresel, het draaiorgel, over de kaoj sjòttel en gevulde eieren van tante Zus, de hemelse modder en Parijse aardappeltjes, over kermisgeld in klamme jongensknuistjes. Over flaai mèt letjes of mèt dèksel; keerse, kroonsjele, proême, riêste, kniddele, appel. Over kermisgasten, logeerpartijen in kermisbedden, dikke sigarenrook, borreltjes, Huyben’s bier. Kermisnostalgie. Ik heb vaak met mijn moeder over de kermis gedwaald, als kleuter en kind. Ook toen ik al ouder was en de kermis allang niet meer voor ons huis stond, was het fijn om er met haar naartoe te wandelen en de kermis te bezoeken. Zomaar, mijn moeder, mijn broer en ik. Een uitje. De kermis loopt op z’n laatste benen. Ik gun de kermismensen en de cafés goeie zaken. We raken al zoveel kwijt. Het kost me wel eens moeite een wereld te zien waarin veel verdween waaraan je eigen was. Maar tegelijkertijd kan ik genieten van wat er voor in de plaats gekomen is. Wie weet, moeten onze mooiste dagen nog komen.

 

Arno Walraven, 22 augustus 2026