KSV
Toen Christ(je) Peters in 1999 honderd werd, ging ik hem feliciteren. Dit is niet bijzonder, zei hij, er worden wel meer mensen honderd; maar volgend jaar kan ik zeggen dat ik in drie eeuwen geleefd heb. Jubilea zijn er om te vieren: honderd jaar Veldeke, tachtig jaar Molenput, mijn geboortehuis een eeuw oud. Onze voetbalclub bestaat eveneens honderd jaar, deze mijlpaal wordt dit weekend gevierd. Na schutterij, handboog en harmonie is ze de oudste vereniging in het dorp. Hofleverancier van Prinsen. Alleen de koninklijke status ontbreekt. Een eeuw passie en sportiviteit. Ups en downs, uiteraard, maar altijd sociaal heel sterk. Als jongen van elf mocht ik van mijn ouders op voetballen. Ik meldde me bij Baer Hamans, mijn latere achterbuurman en kwam bij de pupillen, ging naderhand naar de B en de A. Er waren maar liefst zeven jeugdteams. De eerste wedstrijd speelde ik op het oude voetbalveld van Beegden. De thuisploeg had jongens te weinig, Horn teveel. Ik speelde mee voor Beegden, maakte zowaar een doelpunt. Voor Beegden dus. Beegden won. We speelden regelmatig potjes tegen Holland Sport, de jongens van Bethanië. Mijn moeder waarschuwde destijds al dat koppen niet goed was, ze was ook hier haar tijd vooruit. Het woord kader bestond niet, maar er waren geweldige jeugdleiders. Op zondag naar het eerste kijken, ik mocht mee met mijn buurman Nic Rijckx. Buurjongen Wim speelde mee, de gebroeders Kessels, Frits Knoops, Chris Rutten, Martin en Jan Meeuwissen, de broers Loyen, Paul Peters, Frans Lintjens. Geen watjes. Ook mijn eigen broer Jan. KSV is een familieclub waarin iedereen zich geborgen en prettig voelt. Toen en nu. Mensen als Jo Janssen, Jan Knoops, Jos Beurskens (de Miens), Ger Smeets, Bèr(ke) Meevissen, Mart Janssen, Wim Reijnen, Har Bindels, Karel Claessen, Sjra Beulen waren niet uit het stadion weg te slaan. De accommodatie was niet te vergelijken met de huidige, maar het plezier was er niet minder om. Van trainer Ben Ramakers kreeg ik het rugnummer 9, ik glom van trots. Tegenwoordig ontmoet ik hem aan de bridgetafel. Evenals met kaarten was mijn broer de betere voetballer van ons beiden. Ik ging meer over het randgebeuren, was actief als Sinterklaas en praatte de zaak aaneen bij feestjes. Giel de Kunder bracht Sinterklaas elk jaar een halve liter bier. De Goedheiligman sloeg die nooit af, ook al was het drinken ervan met zo’n nepbaard een hele uitdaging. Na verkiezingen zette de organisatie het aantal zetels klaar dat Sinterklaas verworven had. Nog altijd is KSV een topclub. Misschien niet qua sportieve prestaties, al doen de jongens het niet slecht. In sociaal opzicht blinkt de vereniging nog steeds uit. Iedereen mag meedoen. Traditionsverein KSV zoals Feyenoord, Schalke, Fortuna. Een club van mouwen omhoog en aanpakken. Niet te bang. Mede door KSV had ik een fijne en onbezorgde jeugd. En met mij velen. Ik feliciteer onze voetbalclub van harte en gun ze nog een mooie toekomst. Dat zal een hele uitdaging worden. Maar voor KSV is niets onmogelijk. Hup die roead-witte!
Arno Walraven, 31 mei 2026