Plus
Het respect voor onze zorgmedewerkers was in de coronatijd geweldig groot, euforisch zelfs. Er werd geklapt, gezongen, er was veel dankbaarheid en bewondering. Terecht. Inmiddels is die nare tijd voorbij. Ook het gevoel van collectieve trots en dankbaarheid is een beetje weggeëbd. Al gauw was het weer vanzelfsprekend. Dat is het natuurlijk niet. Dat weet je als je zorg letterlijk aan je lijf ervaart. Mijn leidingwerk was weer eens aan revisie toe. Vluchten kon niet meer. Dit keer een iets grotere beurt in de hals. Van een onnozele hals naar Hals und Beinbruch. De operatie verliep voorspoedig. Laurentius had goed voorwerk gedaan voor Maastricht UMC+. Laat ik me nou altijd afgevraagd hebben waar die + voor staat. Nu weet ik het! Gelukkig ben ik als een kat met negen levens en heb ik een engeltje op de schouder. Niet te hard roepen, hoor ik mijn moeder waarschuwen, dan dondert het ervanaf. Ik was even helemaal van de wereld. Na een paar uurtjes gelukkig terug erop, want ik kan ze nog niet missen. What a wonderfull world! Vanuit mijn bed zag ik de skyline van Maastricht. Het gouvernement, de kerk van Wijck, het MECC, de Kolonel, het hoogste Maastrichtse gebouw. Ik zag vliegtuigen de landing inzetten naar Beek en op koningsdag het vuurwerk boven de Maas. Dat stond in schril contrast met het vuurwerk in mijn hoofd. Ik zag de geweldig mooie lucht en realiseerde me dat een mens niet veel nodig heeft. Alles is er. Vooral op het moment dat het ertoe doet. Ik gaf me helemaal over aan oprecht bezorgde mensen, zoals ik dat thuis ook doe. Mensen die deskundigheid koppelen aan warmte, hartelijkheid, vriendelijkheid, aandacht, professionaliteit. Een tomaatje in vieren en een pindarotsje doen meer dan een bak broccoli. Voor hen zouden speciale lintjes moeten zijn. Op het randje, zeggen ze, bloeien de mooiste bloemen en je hebt er het beste uitzicht. Dat kan ik beamen. Daar zijn gelukkig mensen die je vasthouden zodat je er niet overheen kiept. Ze heten Inge, Stefan, Alfons, Anna. Om een paar te noemen. Toppers. Kyra werd negentien jaar. Negentien! Ik vertelde haar dat ik dat de mooiste tijd van mijn leven vond en tegelijkertijd besefte ik dat ik nog steeds negentien ben. Ik heb al heel wat levens versleten, ik weet niet eens aan het hoeveelste ik bezig ben. Je wordt er mettertijd niet mooier op. Ook nu weer een hele jaap in mijn hals. Maar daar hoef ik het niet meer van te hebben, kwaliteit heeft altijd zijn prijs. Er brandden kaarsen. Bezoek, e-mails, app’jes, kaarten, telefoontjes doen nu goed werk bij het revalideren. Ik ben dankbaar. Er is zoveel hartelijkheid in deze wereld. Dat alles vormt de plus in mijn leven, de + van het Maastrichtse UMC. Nu voel ik me nog een beetje een sjevaak, maar innerlijk ben ik top. Sta nog niet aan de meet, hopelijk blijft de zwartwit geblokte vlag nog even weg. Dat zou eveneens een hele plus zijn.
Arno Walraven, 3 mei 2026