Eau de vie
Een mens houdt van tegenstellingen, van witte wijn en zwarte koffie. Mijn moeder dronk nooit alcohol. Hadden we niet in huis, hooguit een wijntje voor het bezoek. Of een borreltje, nog uit de tijd van mijn vader. Op latere leeftijd nam ze na het eten wel eens een Eau de vie. Dat betekent levenswater, een verzamelnaam voor drank die wordt gemaakt van vergiste en daarna gedestilleerde vruchten. Een hartversterker die het hart sterker maakt dan het verstand. In Denemarken zeggen ze Akwavit, in Duitsland Obstler of Kümmel. Als mijn moeder het dronk, zei ze gevat: Dit is een vergissing in plaats van vergisting. Eau de vie wordt gemaakt van abrikozen, appels, pruimen. Agnes gebruikt mirabellen, kweepeer, mispel. Drank maakt meer kapot dan je lief is. Petra zegt van niet, maar zij heeft dan ook een café. Nóg wel. Jammer genoeg verdwijnt alweer een fijne ontmoetingsplek uit het dorp. Mijn moeder dronk overigens meestal gewoon thee, alhoewel ze nog lang geen theetante was. Thee is iets voor zieke mensen, heb ik lang geroepen, water met een smaakje, nu drink ik thee bij het ontbijt, met honing. Tea for two. In een theewinkel gaat een wereld open: Goedgevoel-thee, slaaplekker-thee, Waddenvruchtenthee, steranijs, kokos. Vroeger was ik goed in dikt(h)ee, stam plus thee. Op vakantie dronk ik wel eens Lemoemba, chocomel met cognac. Een net zo gekke combinatie als broodje pennywafel, maar minder lekker. Ik weet niet hoelang sherry houdbaar is, er staan hier nog enkele flessen, evenals Bacardi, Berenburg en Slivovits. De liefhebber mag ze komen halen. Als we thuiskomen van het bridgen drinken we een portje. Om de adrenaline kans te geven te ontsnappen. Op zondagmiddag bij de koffie een likeurtje. We zijn geen grote innemers, we nippen vooral. Aperol, Martini on the rocks, Limoncello, Crème de cassis bij zomerse temperaturen. Ik ken iemand die whiskey drinkt als Fortuna wint. Ik gun hem een grote voorraad. Van Jo Stienstra kreeg ik ooit een Friese whiskey, nog lang geen kattenpis. Anijsdranken zijn heerlijk: Anisette, Absint, Pastis, Ouzo, Ricard, Raki, Sambuca. Ik lust best graag een lekker potje bier, een piêpke sjoes. Ik kan me de smaak van mijn eerste pilsje goed herinneren, lang geleden, in De Valk bij André van Lun, met Haelense kermis. En zelfs de duizeligheid erna. Ik heb nooit meer lekkerder geproefd. Een Vlaams spreekwoord zegt: Bier wordt niet voor varkens gebrouwen, maar er worden varkens mee gemaakt. Zolang je drinkt met mate(n) valt dat wel mee. Een Belgisch biertje kan me bekoren, een Westmalle, Ommegang (bij Petra van de tap), Westvleteren, Dikkenek, Brugse zot of Mort subite. Leffe bruin, op blond ben ik een beetje uitgekeken. Maar een Zonnig blond van Lindeboom laat ik niet staan. Dát herinnert me aan de tijd dat ik met mijn vriendinnetje(s) hand in hand naar de Heelderpeel fietste. Limonade mee en een boterham met tevredenheid. Plezier verzekerd. Daar hadden we geen alcohol bij nodig.
Arno Walraven, 12 juli 2026
Tip: klinkt allemaal lekker, maar met de huidige hitte is veel water drinken het beste.