Pittige tantes
Als kind kende ik het dorp als mijn broekzak. Wie bij meester Van de Boel in de klas zat, kende zelfs het verleden. Lessen over je omgeving veranderen je kijk. De molens, het kasteel, de bierbrouwerij, Fransche Berg, vennetjes, Brook en Breule, Brookesgraaf, de Leer. Kouk, Gelei, Gaard, Steeg, Wal en -hielemaol aan ’t inj- ’t Inj. Je ontwikkelde aandacht voor historie, natuur, voor de mensen die in het dorp woonden en geleefd hadden. Vroeg iemand waar je woonde, antwoordde je fier: In Horn. Er was geen betere voetbalclub, er waren twee harmonieën, een schutterij uit 1558! Wie kon dat zeggen? Het dorp stuwde op in de vaart der volkeren. Welvaart kwam voor welzijn en het sociale en ruimtelijke fundament kreeg klappen. Schaalvergroting. Daarin staat Horn niet alleen, maar toch, wat weg is komt niet terug. Onze heemkundevereniging is in twintig jaar uitgegroeid tot een begrip. Ze draagt haar steentje bij aan ons historisch besef, vergaart kennis over het dorp, de leefomstandigheden en gebruiken. Horn boft met bevlogen erfgoedbeschermers. Duizenden bidprentjes vertellen het leven van menig Hornse sterveling. Een gigantisch fotoarchief verhaalt over vervlogen tijden. Naar de dagelijkse foto op Facebook wordt uitgekeken. Personen, gebouwen, een straatbeeld met bruine cafés, sigarettenautomaat, een telefooncel, de Aral. Hetzelfde dorp, maar dan anders. Herkenning, herinnering, hér-beleving, emotie. Versleten geluk of vals sentiment? Zeg het maar. Nostalgie! Wanjele door Häör, zijn omgeving, zijn historie. Kalle mèt én euver Häörder luuj. Vroulje werden daarbij vaak vergeten. Tegenwoordig heten ze Silke, Petra, Pauline, Hilde,Wanda. Pittige tantes. Destijds Miêke vanne Puk, Hinze-Mam, An van Sjtienekes, Dina, Lies van Keüb, Miet Kessels,’t Vötje van Laove, Mina van Mienke, Claar Colbers (néét veur dit of det), mijn tantes Trui en Tiên, Hilda Hamans(doot mich dae raekel mer in ein doeas), Toos van Bet, Clarisse-An, Mam van ’t Kelderke, Linsse-Mam, An van Lemme, Lien vanne Mäöle. Karaktervolle persoonlijkheden. Hun rol werd jarenlang onderbelicht. Vlak ze echter niet uit, die Häörder maedjes. Ze stonden hun mannetje, verdienen een monument, liefst naar een ontwerp van Har Sillen, zoals dat van de Tiêtekes, dat er helaas nooit kwam. Ongetwijfeld zit er nog veel moois in het vat. Er is zoveel te ontdekken, te documenteren, te beschermen, te behouden. Het is nooit klaar. Daar zit de waarde van heemkunde in een dorp, daarom ben ik lid. Enthousiaste vrijwilligers zorgen ervoor dat we kunnen zeggen: Gelukkig hebben we de foto’s nog! De rest is geschiedenis, net als wij, ooit. Goddank zitten er vrouwen in het bestuur. Met hun wijsheid, daadkracht en lef gooien deze pittige tantes menig knuppel in het kiepehok, schuwen een horzelrol bij gevoelige onderwerpen niet en zijn bij uitstek de luis in de pels bij delicate thema’s. Vroulje als Hinze-Mam, vrouwen naar mijn hart. Van Slevrouw toêt heep. Vijf van de vier mannen zijn schijthuizen, daarentegen hebben elf van de tien vrouwen ballen. Proficiat, heemkundigen. In onvervalst Häörs: ad multos annos!
Arno Walraven, 5 september 2026