Column week 03-2026

Harrie Maessen en Arno Walraven. Twee echte Häörder mannen zullen op toerbeurt iedere week een column schrijven op deze website. Iets over de actualiteit in de wereld, in Horn. Iets over wat ze bezig houdt. Een frisse kijk in de toekomst of een grijze blik naar het verleden. Het kan allemaal voorbij komen. Ik geef ze hier de vrije hand om hun verhaal te doen en wens u veel leesplezier.

Harrie Maessen column.jpg
Harrie Maessen

Truuk kieke

Aan het begin van een nieuw of op het einde van het oude jaar wil je wel eens graag ‘truuk kieke’. Terugkijken hoe het jaar is geweest, terugkijken op wat er gebeurd is. Vaak blijven de negatieve gebeurtenissen je het meeste bij. Dat geldt ook voor mij. Het overlijden van Pieter in het begin van 2025 heeft zijn sporen nagelaten. Afgelopen week kreeg ik een tas met ‘pepeerkraom’ uit zijn bezit. Allemaal teksten, die wij samen bedacht en gemaakt hadden voor de Bontje Aovendje in Häör voor onze optredens. Teksten die ik allemaal al weg had gegooid. Pieter had ze bewaard: geweldig! En ook nog een heel album met foto’s van de tijd, dat wij samen op de bühne hebben gestaan. Zo’n zeventien jaar. Allerlei herinneringen komen dan weer boven drijven. Is dat vervelend? Och, je laat inderdaad wel even een traantje, maar vooral zijn die herinneringen heel leuk. Ik moest hardop lachen met wat wij meegemaakt hebben. Zonder die foto’s waren de meeste herinneringen voorgoed weg. Tussen de vele foto’s en oude teksten vond ik een dichtbundeltje. Pieter heeft dit ooit geschreven onder het pseudoniem van “Theo”. Deze Theo was een sociaal zwak figuur, die moeite had met alles wat om hem heen gebeurde. En Theo had ook veel moeite om goed Nederlands te schrijven. Er volgen enkele stukjes uit het “digt bundeltje van Theo”(1996). Tip: je kunt ze het beste hardop lezen anders mis je de clou.

‘Ogtendglore’

‘Vroluk in ut ogtendglore werd ut sgaap gebore. De herder keek tevree; nu had hij er twee.’

‘Avontglore’

‘Somber in ut avontglore werd ut sgaap doormidde gesgore. De herder keek tevree; nu hat hij der wéér twee.’

‘het klokje met de drie wijzers’

‘Drie wijzers kwame uit ut ooste en liepe maar wat ront. Ze kwame langs un grot en Marie-ja sgrok zich rot. Drie wijzers is dat niet wat duur? Nou, zei Jo-sef, die twee lange sijn voor ut uur. Maar die derde is dat niet te bont? Nee, zei het kribbekint, die is voor de sekont.’ Ik heb genoten van die onnozele gedichtjes van zijn hand. En zeker van het volgende. Ik denk dat hierin de onbevlekte ontvangenis van Marie-ja wordt verklaard, toch?

‘Eve un vlekje wegwerke’

‘De maagt Marie-ja was gevalle presies in un sgaal met bitterballe. Gatsie, vieze vlekke tot op haar lendedoek en ze moes nog wel bij de Heilige Gees op bezoek. Ze dook in de koffer met klere achter de stal en zogt wat sgoons voor op ut Geestebal. Zeg Marie-ja wat kijk jij ineens opgewek? Nou, ik wort graag ontvange, maar dan wel onbevlek.’

Misschien wordt het nu langzamerhand tijd, dat ik in mijn eigen fotoalbums ga duiken. Of nee, ik stel het nog liever een jaartje uit. Te veel herinneringen. Truuk kieke is neet altied aeve gemekkelik.


Harrie,

Zunjig, 18 jannewari 2026