(On)kunde in de boetelocht.
Laatst bij een van mijn wandelingen ontving mijn neus de geur van licht aangebrand vlees. Jullie denken nu, dat ik door de Weerd langs het baggergaat liep, waar allemaol Pruse ligke te bakke inne zon. De Häörder Hofzengers bezongen dit fenomeen al jaren geleden: “..waat zuus se, waat zuus se? Pruse, allemaol Pruse. Dao in de Waerd aan ’t baggergaat, ligktj de Heimat op häör gaat. Die ligke dao op häöre rögk, doe kins dao de Waerd neet mieër trök..” Ik ben niet langs het baggergaat of de Noorderplas, zoals het nu heet, gelopen, maar door het dorp, waar in veel tuinen in een bak met kolen op een rooster stukken vlees door onkundige koks versjangelieërdj worden. Dit noemt men barbecueën. Deze onkundige koks zijn meestal, in 98% van de gevallen, personen van het mannelijke geslacht. Zij menen, dat het hún taak is om in de buitenlucht culinair bezig te zijn. En wat erger is: ze denken, dat zij het kunnen. Deze mannen, die in het normale leven de weg náár en ín de keuken niet weten te vinden, voelen zich buiten, met in de ene hand een vleesvork en in de andere hand een fles bier, de chef de la cuisine extérieure. Maar voor een chef met deze kwaliteiten is het niet gemakkelijk om te onderscheiden of een stuk vlees rauw of rare, doorbakken of doorgebakken, smoked of verbrand is. Zij halen allerlei kapriolen uit om een, in hun ogen, prachtig resultaat te behalen. Door de grillen van deze koks, heeft het grillen van het vlees niet altijd het gewenste resultaat. Het bewijs van mijn stelling is het feit dat de deelnemende gasten de volgende dag met regelmaat op weg zijn naar het kleinste kamertje. Of zoals ze bij ons thuis plachten te zeggen: “hae geitj dao haer, woea de keizer ouch te voot haer geitj”. Natuurlijk wordt er bij zo’n culinair buitenfestijn ook nog een en ander vegetarisch geserveerd, al dan niet bereid op het al zwartgeblakerde rooster. Bij een temperatuur van ruim dertig graden worden diverse schalen met salades klaargezet, waar de gasten de hele avond van kunnen smullen (ook van deze lauwwarme salades genieten zij ’s anderdaags nog na met een extra run naar het gemak). Ja, ik overdrijf een beetje. Zeker zijn er ook mannen, die wel een goed resultaat achter de barbecue behalen. Om daar een verhaaltje over te schrijven is niet zo leuk, maar vooruit: laatst bij het buurtfeest van de Molens zorgde de ‘braadheer’ ervoor, dat regelmatig de kerntemperatuur van het gebraden stukje vlees gecontroleerd werd. Met natuurlijk een gewenst positief resultaat. En geen extra gang naar het toilet de volgende dag. Bij een gecombineerde Kaart- en BBQ-sessie in de Hei, zorgde chef-kok J. ook voor een goed gegaard resultaat. Echter, het hierbij royaal genuttigde bier, zorgde er voor dat we ons de volgende dag toch met regelmaat naar de bestekamer moesten verplaatsen.
Sjoeane zunjig väör ederein en geneet van ’t boetezeen!
Harrie, zunjig 19 juli 2026