Column week 45-2018.

Politiek-kenners Arno Walraven en Michel Graef zullen hier bij toerbeurt, elke zondag, een column in de vorm van een briefwisseling schrijven met betrekking tot ‘van alles’ wat zich in Horn afspeelt. Ik laat de artistieke vrijheid geheel aan hen over en heb zelf geen invloed op hetgeen zij schrijven. Ik wens u veel plezier met het lezen van hun gedachtewisseling!

  Arno Walraven.jpg Dhr Michel Graef.jpg  
  Arno Walraven Michel Graef  

17 Jahr, blondes Haar

Michel, Zaterdag heb ik een reünie van de Pedagogische Academie. Het is dik 43 jaar geleden dat we slaagden als volledig bevoegd onderwijzer. Mét hoofdakte. De meesten zijn inmiddels pensionado. Enkelen ontmoet ik nog wel eens; Jo en Sjaak, Wim de Zwart uit Paramaribo, de zilveren tsunami; Peter Willemse, de antilope; good old Jos van Moorsel; en uiteraard Lucky uit Rome om er maar een paar te noemen. Ik was de Benjamin. Na de HBS wilde ik graag Nederlands studeren, maar ik ging naar de Pedac vanwege het simpele feit dat ik géén 18 was, destijds een voorwaarde voor de universiteit. Toch heb ik nooit spijt gehad van deze keuze. Alles was ineens nieuw: de vrije zaterdag, deze vrijheid ingewisseld voor een zaterdagbaantje, meisjes in de klas, een vriendinnetje, nog een. De sfeer was los en gemoedelijk. Iedere dag op de brommer naar school, een Yamaha met vier voetversnellingen, zonder helm, pukkel achterop. Sport en beweging, bordtekenen, blokfluiten. In het Schoolparlement. Ik genoot ervan. Dramatische expressie door een docent die net zoveel studenten op de kast kreeg als op de banken. Een ravottende priester als katechesedocent. Op je 17e als stagiair lesgeven aan de hoogste klas lagere school, de zesde toen. De eerste stage-opdracht was het aanleren van de straddle. Had er nog nooit van gehoord. Kun je nagaan wat ervan terechtkwam. Op het lesrooster stond Nederlands, maar Pierre Bakkes doordrong ons van de waarde van het dialect, meer speciaal het Moferts. En anders wel van striphelden als Asterix & Obeliks. “Kinderen vragen begrip” was het motto. We leerden te relativeren en ik werd er mondig. Beide zijn vaak van pas gekomen. Onbewust leerden we te kleuren buiten de lijntjes, “buten muren”. De school onder de televisietoren was redelijk nieuw en heel modern. Ik heb er later zelf nog les gegeven aan Pabostudenten. Ze is inmiddels afgebroken. Ik zat er van 1972 tot 1975. De haren waren lang en onze tijd voor huiswerk kort. Voetballen en kaarten waren favoriete bezigheden. Rikken tot ’s avonds laat. Ik was voorzitter van HOJ; we organiseerden disco’s, filmavonden en knutselactiviteiten in het Patronaat. Zwarte Piet was onomstreden; Halloween kenden we niet; roken was vanzelfsprekend, halfzware Drum. Dansles bij Pietje Moors die ons nette omgangsvormen en etiquette probeerde bij te brengen: “De heer vráágt een dame…” Maar we hadden de ogen niet in de zakken en zodra hij in zijn handen klapte stoven we naar de meiden. Dansen is plezier voor twee, zei mijn moeder. Dezelfde avond was het áán. Waar je van droomt kun je niet van wakker liggen. Muziek van de Partridge Family, I think I love you; The Cats, One way wind, Let’s dance; Neil Sedaka. Na school met de trein naar het vriendinnetje in Echt, waarop mijn verbaasde docent Pedagogiek in diezelfde treincoupé de opmerking maakte: Ik dacht dat je in Horn woonde. Op het station viel het kwartje. Immer wieder Sonntags kommt die Erinnerung: Du kannst nicht immer 17 sein!

Arno Walraven; 4 november 2018