Column week 44-2019.

Politiek-kenners Arno Walraven en Michel Graef zullen hier bij toerbeurt, elke zondag, een column in de vorm van een briefwisseling schrijven met betrekking tot ‘van alles’ wat zich in Horn afspeelt. Ik laat de artistieke vrijheid geheel aan hen over en heb zelf geen invloed op hetgeen zij schrijven. Ik wens u veel plezier met het lezen van hun gedachtewisseling!

  Arno Walraven 1.JPG Michel Graef 1.jpg  
  Arno Walraven Michel Graef  

Allerzielen

Eines Tages wachst Du nicht mehr auf;
Die Vögel singen, wie sie gestern sangen.
Nichts ändert diesen neuen Tageslauf,
Nur Du bist fortgegangen.

(Johann Wolfgang von Goethe)

Michel, Met Allerzielen worden de begraafplaatsen bezocht en wordt er gebeden “voor allen die uit het leven zijn heengegaan en nog niet voor altijd bij de Heer zijn”, de wachtenden in het vagevuur. Tenminste, dat leert ons de kerkelijke traditie. Er zijn nog tal van wachtenden vóór u… die, met de woorden van de dichter Bertus Aafjes, “in de schaduw van de hemel” verblijven. Hun levens in een paar dozen op zolder, maar overledenen “leven” bij de gratie van hun nabestaanden; van de aandacht die ze krijgen, van de verhalen die over hen verteld worden. Mijn ouders rusten in de schaduw van ‘t kasteel. Een toplocatie. In hun onmiddellijke nabijheid ligt Maria Engelen, Mia vanne Puk. Jarenlang zette ze thee in de rust van de voetbalwedstrijden. Ze was eerste bewoonster van de inmiddels afgebroken flatjes aan het Raadhuisplein. De tijd vliegt. Dat zei Harrie ook toen hij een wekker door de slaapkamer gooide. De allereerste Bloomebössel werd door jouw oom Piet in 1978 aan Mia uitgereikt. Ik kan het me herinneren. Destijds nog op de “gammele planken” van Hornerhof. Het plezier was er niet minder om. We kenden de huidige problemen met gemeenschapshuizen niet. Haar eenvoud, haar sociale inborst en de zorg voor een leger aan zwerfpoezen kenmerkten Mié-ke. Een gewone vrouw, zonder “poes”pas. Vlakbij staat de prachtige steen van de gebroeders Jan en Ton Alers. Feitelijk geen steen, maar een zelf ontworpen grafornament van cortenstaal en hout. Op dat “ouwe kerkhof” rusten velen die het waard zijn herinnerd te worden. Familieleden, buren, vrienden, allen met een verhaal. Bas Ansems, de broers Caris, Annette Streefland, Sandra van Rijsewijk, Willy Janssen. Mensen om niet te vergeten. Vaak nog maar kinderen. Geen kind is nadrukkelijker aanwezig dan het kind dat gemist wordt. Dat maakt een wandeling over een begraafplaats, waar dan ook, rond Allerzielen voor mij zo waardevol. Ook nu nog, anno 2019. Hopen we niet allemaal een blijvende herinnering na te laten? En es ’t neet anges is, den is ’t neet anges. Een van de betere dialectdichters, overleden oud-docent op het College, zegt het zo:

 

Bie eine graafsjtein

Zoea haeter bie zien laeve nog besjreve:
Bring, es mien vrunj kaddiesj höbbe gezach,
Mien liek nao ’t kèrkhaof, wo ‘t
Vlak bie de ingangspòrt waerdj neergelach.

Zoea gebeurdje; ich höb ’t graaf gezeen;
De naam is door de raegen oetgesjlete,
De sjtein half weggezak, ’t voelgreun mos
Zeuk ziene waeg veurzichtig door de sjplete.

Mer Godzijdank; dem kint nieks meer gebeure,
En es de ingele op de wolke gaon sjtaon
En zich op häör trompette laote heure

Is hae d’n eerste dae op waeg kint gaon,
Want ’t leste oordeil is veur hem
De reis trök nao Jerusalem.

(Paul C.H. van der Goor)

 

Arno Walraven, 27 oktober 2019

Ps; gisteren was je jarig en vandaag mijn broer. Gefeliciteerd.