Column week 37-2018.

Politiek-kenners Arno Walraven en Michel Graef zullen hier bij toerbeurt, elke zondag, een column in de vorm van een briefwisseling schrijven met betrekking tot ‘van alles’ wat zich in Horn afspeelt. Ik laat de artistieke vrijheid geheel aan hen over en heb zelf geen invloed op hetgeen zij schrijven. Ik wens u veel plezier met het lezen van hun gedachtewisseling!

  Arno Walraven.jpg Dhr Michel Graef.jpg  
  Arno Walraven Michel Graef  

Broodje pennywafel

Michel, Ik ontmoette per toeval Betsy Levels (uit de Hei), mijn kleuterjuf op de bewaarschool die aan de Schoolstraat lag. Ik kan me weinig van toen herinneren, behalve dat ik graag bij haar in de klas zat. Na de lagere school ging ik naar de HBS op het Bisschoppelijk College aan het Munsterplein. We fietsen nu nóg de oude schoolroute naar de stad. Door de Sint Janstraat de binnenstad in, langs de Rijks-HBS en het Klein-College het Munsterplein op. Voorbij het Posthotel linksaf en dan door de grote poort de fietsenstalling in. HBS stond voor hogere burgerschool. Of de school hoger was, of de burgers; ik weet het niet. Ik was van gewone mensen. Op de binnenplaats, de Cour, stonden dikke bomen. De eerste schooldag waren daartegen de lesroosters bevestigd en door het jaar de belangrijke mededelingen. Er werd gevoetbald, complete competities in klasverband. Daarom waren de ramen van de lokalen Frans van o.a. Papa Brouns op de eerste verdieping voorzien van gaas. Erboven zaten de internen, de kippen. Alle leraren hadden een bijnaam: Rooie Flip, De Bats, Monkey, de Pin, Piemel, Texas Bill, Centenbak, Sjtumpke, Mummy, Pups, Van Pispot tot Pannelap, Biggetje. En de Soep, Dr. A. van Rijswijck, pastoor van Asselt. Hij gaf Duits, der Pauker, en sprak ook consequent Duits in de lessen. “Sie machen nichts, können nichts; aber auf dem Abitur da rollen die Köpfe!” Een standaardzin. De Soep was erg gesteld op zijn doctorstitel. Geregeld verscheurde hij voor onze ogen enveloppen met daarop “de heer” ipv Herr Doctor. “Hab’ ik umsonst solche Mühe gemacht?”, verzuchtte hij dan. Ik heb zijn proefschrift “De verwoeste kerken van Limburg” thuis met op pagina 60 ook een beschrijving van onze parochiekerk. Hij maakte ons wijs dat architect Cuijpers van de Munsterkerk de rug naar ons toekeerde, omdat hij zich schaamde voor ons. “Schämen sie sich!” En toch leerde ik van hem de liefde voor die Sprache der Mitte met haar prachtige Wordschatz en geweldig mooie literatuur. En ondertussen aten we bij bakker Walraven op de Christoffelstraat, mijn oom Baer en tante Trui, een (warm) broodje pennywafel. Een onmogelijke combinatie, maar wel lekker. Toen tenminste. En anders een krentenbol, rolkoek of hanenkam. Een mens leeft niet van brood alleen. Bekker, sjiêt lekker, sjiêt aoliekook. En buiten bakten we zoete broodjes met Honoloeloe, de straatveger. Tegenwoordig leer ik Duitse woorden als Kurbes en Zucchini van mijn bridgemaat. Maar zelfs hij kent één van mijn favoriete Duitse woorden waarschijnlijk niet: Eierschalensollbruchstellenverursacher! Ik gebruik het voorwerp elke zondagochtend. Hoe graag ik ook in Horn woon; Roermond ist Hautnah und zum Naschen. Als een broodje pennywafel. Nog altijd fiets ik liever de stad binnen dan weer uit. En dát heeft alles te maken met fijne herinneringen. Goed dat de scholen weer begonnen zijn! Ook scholieren van nu koesteren straks herinneringen aan hún middelbare schooltijd! En dat gun ik ze!

Arno Walraven, 9 september 2018

Ei.jpg