Column week 36-2021.

Politiek-kenners Arno Walraven en Michel Graef zullen hier bij toerbeurt, elke zondag, een column in de vorm van een briefwisseling schrijven met betrekking tot ‘van alles’ wat zich in Horn afspeelt. Ik laat de artistieke vrijheid geheel aan hen over en heb zelf geen invloed op hetgeen zij schrijven. Ik wens u veel plezier met het lezen van hun gedachtewisseling!

  Arno Walraven 1.JPG Michel Graef 1.jpg  
  Arno Walraven Michel Graef  

De scholen zijn weer begonnen.

Ik hoor wel eens beweren dat het diploma dat de scholieren dit jaar ontvingen erg weinig waarde heeft. Twee keer herkansen, een vak mogen wegstrepen. Toe maar. Maar waarom weinig waarde? Net of het anders meer waarde had. Het is maar de vraag of de beste lessen op school geleerd worden. Vaak wordt levenservaring de beste leraar genoemd, alhoewel die soms ook de verschrikkelijkste rekeningen stuurt. In 1972 behaalde ik mijn HBS-diploma. Maar liefst 14 examenvakken. Zaterdag was een schooldag, dus ook een examendag. Het examen vond plaats in tijdvakken en aangezien mijn naam achter in het alfabet staat, was ik in de laatste periode aan de beurt. Sterker nog, ik deed ’s ochtends mondeling examen Staatsinrichting terwijl ’s middags de diploma-uitreiking gepland stond. Aangezien ik een werkende moeder had die verlof moest nemen was dat een heikele kwestie. Gelukkig kwam het goed. Dankzij goede docenten. Een goede leraar is immers het halve huiswerk. Je mag van geluk spreken als je een docent hebt die iets uit een leerling weet te halen in plaats van hem vol te stoppen met onnodige kennis. Tijdens de biologielessen leerde ik het verschil tussen de gebits- en schedelkenmerken van nijlpaarden en olifanten. Tot nu toe heb ik daar nog niet bijster veel plezier van gehad. Was man nicht nutzt ist eine schwere Last. Tja, een goede geleerde is nog lang geen goede leraar. Soms waren erbij die ik toewenste dat ze de Dikke Van Dale moesten overschrijven. Maar ook zoiets is van alle tijden. De leerling krijgt vaak de straf die de leraar verdient. Ik mocht ’s middags dus mijn handtekening op het diploma zetten. De eerste handtekening op het eerste diploma. Niet geoefend natuurlijk. Dat heb ik later ruimschoots goedgemaakt. In mijn bestuurlijke carrière werd voor elk wissewasje een handtekening of paraaf gevraagd. Na de automatisering waren we daar zo goed als vanaf. Een nieuw schooljaar staat op punt van beginnen. In Horn krijgen basisschoolleerlingen voortaan Duitse les. Das ist ja toll! Veel beter dan dialectlessen. Hier hebben ze tenminste wat aan. Dat zal niet iedereen vinden, maar ik geef toe: ich bin ein Halunke. Mit der Dummheit kämpfen Götter selbst vergebens, zegt Schiller. Twisten over de taal worden vaak gewonnen door wie het hardst schreeuwt, beweert Karel van het Reve. Duitsers dus. Klugscheisser. “Junge, Junge, hier ist was aus, essen sie schmecklich. Es bellt, der Telefon geht über, pack mal auf. Aufschiessen!” Dat gaan ze in Horn dus beter doen. Fleissig studieren und keine Müdigkeit vortäuschen. Herr Doktor Van Rijswijck, pastoor te Asselt en mijn docent Duits, war ein richtiger Pauker. “Sie tun nichts, machen nichts, wissen nichts, können nichts. Lachen Sie nur. Aber auf dem Abitur, da rollen die Köpfe. Köpfe ab!” Gelukkig viel dat wel mee. Die Noten waren hervorragend. Glücklich. Of moet ik zeggen: zum Glück? Fast gut, aber beinahe bringt keine Mücke um. Zei m’n moeder. Alles Schnee von gestern. Ik wens de scholieren veel succes en hoop dat ze niet vergeten te leven.

Arno Walraven, 5 september 2021