Column week 35-2018.

Politiek-kenners Arno Walraven en Michel Graef zullen hier bij toerbeurt, elke zondag, een column in de vorm van een briefwisseling schrijven met betrekking tot ‘van alles’ wat zich in Horn afspeelt. Ik laat de artistieke vrijheid geheel aan hen over en heb zelf geen invloed op hetgeen zij schrijven. Ik wens u veel plezier met het lezen van hun gedachtewisseling!

  Arno Walraven.jpg Dhr Michel Graef.jpg  
  Arno Walraven Michel Graef  

Zo zijn we niet getrouwd!

Michel; Soms praat ik in mezelf en dan moeten we allebei lachen. Meestal ben ik “dae vazele kal” echter snel moe. Sinds kort kun je in Japan trouwen met jezelf. Ik moet er niet aan denken. Ik kan mezelf geen aanzoek doen en ook geen eeuwige trouw beloven; ik ben al getrouwd. Samenleven met jezelf is de toekomst. Het is afgelopen met de kansloze rukkers. Loneley is a man without love. Happy singles. Daten met jezelf, oogcontact voor de spiegel, flirten in de broekzak. Aan jezelf toestemming vragen als het wat verder gaat dan onschuldige liefkozingen. Gekker moet het niet worden. Dat doet me denken aan Narcissus, de mooie jongen op wie de bergnimf Echo verliefd was. Hij beantwoordde deze liefde niet en zij kwijnde weg totdat alleen haar stem overbleef. Als straf voor de afwijzing liet Apollo hem verliefd worden op zijn eigen spiegelbeeld in het wateroppervlak. Narcissus verteerde omdat hij zijn liefde niet kon bevredigen en hij stierf uit frustratie. Het enige wat van hem overbleef was een gele bloem, de narcis.
Vrijdag mocht ik mijn oud-leerlingen Marieke en Ruud trouwen. Fijn om te doen. Een man met een vrouw. Ouderwets? Nee hoor; ze volgen beiden hun hart. Nogmaals proficiat en heel veel geluk! Het was toch al een topweek voor mij. Het gouden huwelijksfeest van Gertie & Jan, het weerzien met mijn kleuterjuffrouw Betsie én met mijn klasgenootje Lucky. Een schitterend Europees Schutterstreffen, de jaarlijkse rolstoelwandeltocht. Wat zit er toch veel burgerkracht en dynamiek in de dorpen. Exact vijf jaar geleden schreef ik de eerste column voor Haor.nl: “Achterom is kermis”. Als ik goed tel, ben ik nu bezig aan de 140ste. Maar zo langzamerhand ben ik de tel kwijtgeraakt. Tellen doe ik voortdurend. Dat is een soort tic van mij. Als ik een jaartal zie, tel ik uit hoelang het geleden is. Zie ik onderweg een aantal koeien dan wil ik precies weten hoeveel het er zijn. Neuzen tellen. Ik doe er overigens niks mee. Weten en vergeten. Ja, een mens moet op zijn tellen passen. Toch heb ik verschrikkelijk veel moeite om tot 10 te tellen. Dat zit in mijn karakter. Ongeduldig. Waarschijnlijk zijn de kermisattracties op één hand te tellen. Die traditie verdwijnt langzaam. Jammer. Als ik mijn ogen sluit, proef ik weer de kouwe schotel die mijn moeder maakte. In gedachten zie ik de vlaaien en de taart, de kermissoep en het warme vlees. De gezelligheid met het kermisbezoek. Potjes bier en advocaatjes, een borreltje. Sterke verhalen. En dan naar de kermis. Het kermisgeld brandde in de jongensknuistjes. Jammer, maar die goeie ouwe tijd is niet meer. We barbecueën vandaag in plaats van kouwe schotel. En dat is ook lekker; én gezellig! Bij m’n broer, in het ouderlijk huis. Achterom, want daar is kermis!

Arno Walraven, 26 augustus 2018