Column week 31-2018.

Politiek-kenners Arno Walraven en Michel Graef zullen hier bij toerbeurt, elke zondag, een column in de vorm van een briefwisseling schrijven met betrekking tot ‘van alles’ wat zich in Horn afspeelt. Ik laat de artistieke vrijheid geheel aan hen over en heb zelf geen invloed op hetgeen zij schrijven. Ik wens u veel plezier met het lezen van hun gedachtewisseling!

  Arno Walraven.jpg Dhr Michel Graef.jpg  
  Arno Walraven Michel Graef  

Linkeballen

Michel, Ik herinner me de zomers toen ik als jong onderwijzer tropenrooster draaide. Vroeg op en vroeg klaar. Ik woonde nog thuis waar het in de zomer koel was. Mijn broer woont er nu met Bea, de zus van Wiel Opbroek, mijn toenmalige collega. Wiel was een van de beste voetballers die Horn ooit gekend heeft. In zijn topjaren speelde hij bij RFC, toen hoogste klasse amateurs. Daar is niets van over. Met een grote groep gingen we na school zwemmen in de Peel. Uit de transistor schetterde Zomerzon van de Makkers en we flirtten wat. Meisjes in bikini’s en zwarte badpakken. Ook luisterden we naar Radio Tour met commentaar van de legendarische Theo Koomen die van achterop de motor vanuit het dak van de Tour verslag deed in kleurrijk wielerjargon. We hingen aan zijn lippen. Hij sprak van chasse de patate, getelefoneerde demarrage en afgesneden benen. Wist ons te vertellen dat Gerben Karstens weer zat te klojen toen hij demarreerde uit het peloton om vervolgens ongemerkt achter aan te sluiten. Terwijl de renners de straatstenen eruit reden, de tube erop gooiden, erop en erover gingen, fantaseerde Koomen er lustig op los. Godefroot, Bracke, Genet, Janssen, Arie den Hartog, Van Springel, Bitossi, Pingeon; hij kende ze allemaal en wist wat hun schoonmoeders het liefste aten. Bij hem was iedere etappe de dood of de gladiolen. Doorkachelen, sleuren en stampen, kop over kop. Een hard metier. Drollencoureurs en kiekens konden niet rekenen op zijn sympathie. Aan het elastiek hangen was uit den boze. De koers hard maken; niet harken, kraken, breken; niet harmonica spelen. Een meesterknecht, die zijn patron uit de wind houdt, zijn kloten afdraait en met de punt in het hol rijdt. Als de renners gedrogeerd waren, sprak hij van rijden met groot licht. Onder het mom van “kreatief met rubber” werd Pollentier in 1978 met een condoom urine onder zijn arm betrapt bij het afgeven van zijn plasje. Hij had zojuist op Alpe d’Huez de rondemiss gezoend. En Koomen maar orakelen: renners die kapotzaten door de hongerklop en geen platte prijs reden, die last kregen van de derde bal, fietsten als een krant en daardoor aan de meet in het pak gestoken werden en zelfs op de grote molen nét niet op de foto stonden vanwege een zwieper. Ridders van het smalle zadel met tabak op de poten. Wieltjesplakkers die met de strakke ketting reden en zaten te linkeballen; zweetdieven en profiteurs herademden bij het zien van het vod dat aangeeft dat de laatste kilometer is aangebroken. Toen we ons ’s avonds verheugden op een spannend tv-verslag bleek het een gezapige wandeletappe te zijn geweest. Maar wat hadden we genoten! Ook dit jaar was de Tour heroïsch. Het was genieten van bikkels als Kruijswijk, Dumoulin, Gesink, Mollema, Sagan, Roglic en Gilbert. Karaktersport! Het is weer hoog zomer, het hitteplan is van kracht en ik ga weer zwemmen. Als het kan iedere dag. Maar toch is het niet hetzelfde. Ik mis Theo Koomen.

Arno Walraven, 29 juli 2018