Column week 30-2020.

Politiek-kenners Arno Walraven en Michel Graef zullen hier bij toerbeurt, elke zondag, een column in de vorm van een briefwisseling schrijven met betrekking tot ‘van alles’ wat zich in Horn afspeelt. Ik laat de artistieke vrijheid geheel aan hen over en heb zelf geen invloed op hetgeen zij schrijven. Ik wens u veel plezier met het lezen van hun gedachtewisseling!

  Arno Walraven 1.JPG Michel Graef 1.jpg  
  Arno Walraven Michel Graef  

Strippen

Michel, Niemand gaat graag naar de tandarts. We zien er allemaal tegenop. Van tevoren flink poetsen en dan op goed geluk, met lood in de schoenen en het zweet in de handen ernaar toe. Met angst en beven; tussen hoop en vrees. Als jongen ging ik naar tandarts Ebben in Roermond naast de Heilige Geestkerk, de ronde kerk. Vreselijke man. Ik kreeg een keer een dubbeltje van hem, omdat hij vond dat ik zo flink was geweest. Jaren later werd het onze overbuurman en leerden we hem kennen als een fijne man en goeie buurman. Niet iedere tandarts is een bruut en niks is wat het lijkt. Het enige voordeel aan het bezoek aan tandarts Ebben waren de stripboeken in de wachtruimte. Het liefste bleef ik na de behandeling nog een poos hangen om die te lezen. Van te voren was je vaak te gespannen en bovendien kreeg je het verhaal nooit uit. Als kind al vond ik stripverhalen geweldig. Mijn moeder vond het maar niks. Die had liever dat ik een “goed” boek las van bijvoorbeeld Arendsoog of Ben Hur. Heel af en toe kregen we een Suske & Wiske. Zelfs de dikke Van Dale gaf aanvankelijk in zijn omschrijving aan dat het leesluiheid in de hand werkt als je veel strips leest of kijkt. Tegenwoordig is het een gerespecteerde literaire kunstvorm. Met name in België. Julius Caesar zei ‘t al: Horum omnium fortissimi sunt Belgae; oftewel: Van allen zijn de Belgen het dapperst. Erik Schreurs, de bedenker van Joop Klepzeiker, won dit jaar zelfs de stripschapsprijs. Dorpsgenoot Thijs Wilms was de bedenker van Boes. De stripcultuur wordt ook wel eens de negende kunst genoemd. Wat die acht andere dan wel zijn, weet ik zo gauw niet. We waren als kinderen geabonneerd op de Okki. Die kregen we op school. Als die uitkwam “lazen” we onderweg naar huis meteen de strip van De verstrooide professor en die van Ali Baba.  Later kregen we de Donald Duck. Wist je dat Donald Duck even oud is als Agnes? Beiden hebben zich uitstekend gehouden, hoor ik je zeggen. Vind ik ook. Suske & Wiske zijn zelfs 75 jaar. Hoe oud zullen Sidonia en Lambik dan wel niet zijn? De Donald Duck stond vol met iconische figuren als Dagobert, Katrien, Kwik, Kwek en Kwak uit Duckstad, maar ook Willie Wortel, Pluto, Goofy, Billie Turf en de door hem gehate meester Kwel zijn prachtige karakters. Ook de stripalbums van Kuifje werden bij ons thuis verslonden, evenals Michael Vaillant, Asterix & Obeliks, Tom Poes, Lucky Luke en De rode ridder. Sjors & Sjimmie zou op vandaag niet meer kunnen. Gelukkig kon ik er in mijn jeugd heerlijk van genieten zonder racistische bijbedoelingen. Als ik geluk had mét een negerzoen. Stripfiguren waren echte helden! Striphelden. Toen we op mijn verjaardag in Lissabon een lingerierestaurant ontdekten, zijn we toch maar niet naar binnen gegaan. Ook al vind ik dat ik een echte stripper ben. ’t Had overigens niks om het lijf.

Arno Walraven, 19 juli 2020