Column week 29-2020.

Politiek-kenners Arno Walraven en Michel Graef zullen hier bij toerbeurt, elke zondag, een column in de vorm van een briefwisseling schrijven met betrekking tot ‘van alles’ wat zich in Horn afspeelt. Ik laat de artistieke vrijheid geheel aan hen over en heb zelf geen invloed op hetgeen zij schrijven. Ik wens u veel plezier met het lezen van hun gedachtewisseling!

  Arno Walraven 1.JPG Michel Graef 1.jpg  
  Arno Walraven Michel Graef  

Afscheid van ’n goede herder

Michel, De opwarming van de aarde is niet te stoppen. We hebben geen Vorst. Die gaat aan de wandel. Hij stopt met zijn functie en neemt de  kuierlatten, naar Santiago de Compostella en andere verre oorden. Ook onze pastoor neemt de benenwagen. Als een tsunami verspreidde het bericht zich. Pastoor vertrekt. Niemand wist dat hij op de transferlijst stond.  Hij verkast naar het Heuvelland om in Valkenburg en Schin op Geul de wijwaterkwast te gaan hanteren. Waar de wereld op z’n mooist is. Schitterende dorpjes waar herdershonden dagboeken bijhouden. Wonen en werken in dit Belvedèrelandschap met de prachtige heuvels en bossen lijkt me een voorrecht; de schilderachtige dorpjes, beschermde dorpsgezichten, boerderijen, kerken,  watermolens, monumenten. Weilanden met boterbloemen die behaagziek wiegen in de wind. Hier spuiten boeren dat moois kapot. Voor de achterblijvers is het bitter. Aangeslagen liggen zijn verdwaasde schapen in aanbidding in de (Sjaops-)wei, met de (pikzwarte) ziel onder de arm. Groggy, knock out. Knarsetandend. Eli, Eli, lema sabachtani. Mijn God, waarom hebt gij ons verlaten? De Sjaopsköp treuren. Verleden jaar reikten ze met vooruitziende blik het beste wat ze te bieden hebben, de Vastelaovesbloomebössel, namens het dorp aan hem uit als dank voor zijn vele verdiensten. “De Sjaopskop janktj; pesjtoear bedanktj!” Valkenburg is geenszins een bedevaartplaats voor boetedoening, geen dorre woestijn, geen straf. Integendeel. In dat fraaie coulisselandschap met hoogstamboomgaarden en meidoornhagen, holle wegen, wegkruisen en kapellen vindt Constantijn Dieteren zijn nieuwe pleisterplaats. Een beloning! Ik noem het met opzet niet het Beloofde Land, want belofte maakt schuld. (Ik heb nog een belofte bij hem in te lossen.) In dat paradijs op aarde, waar het geloof met een zachte g beleden wordt, staan gelovigen watertandend te wachten op de komst van de nieuwe herder. Een pastoor lijkt wel een beetje een zigeuner. Hij gaat daar waar zijn baas, de bisschop, hem stuurt en legt zijn lot in Gods handen. Uiteraard gunnen we hem deze fijne nieuwe werkplek, deze nieuwe uitdaging. Proficiat! Je krijgt wat je verdient. Pastoor zijn anno nu is niet niks. Ga er maar aanstaan. Alle schapen in hetzelfde hok houden is onbegonnen werk. Dat soort wonderen bestaat niet meer. In het parochiecluster Kana begaf deze levensgenieter zich open en toegankelijk tussen de schapen en was hij present op feestelijke en droevige momenten. Altijd belangstellend, aimabel en vriendelijk. Misschien wel zijn valkuil. Zo’n herder gun je iedereen op zijn tijd, moet het bisdom gedacht hebben. Ik wens hem ginds alle goeds, fijne mensen om zich heen en een volle kerk. In de anderhalve meter-samenleving is de kerk gelukkig sneller vol. En mocht hij spijt krijgen; we ontvangen hem als verloren zoon. Kapelaan Lipsch promoveert en volgt hem op als onze nieuwe pastoor. Welkom. Hij is geen vreemde in Jeruzalem en is eveneens een prettige man. Uit het goeie hout gesneden, bronsgroen Limburgs eikenhout. Met hart voor de samenleving. En dat is een groot geluk bij een groot ongeluk.

Arno Walraven, 9 juli 2020