Column week 26-2021.

Politiek-kenners Arno Walraven en Michel Graef zullen hier bij toerbeurt, elke zondag, een column in de vorm van een briefwisseling schrijven met betrekking tot ‘van alles’ wat zich in Horn afspeelt. Ik laat de artistieke vrijheid geheel aan hen over en heb zelf geen invloed op hetgeen zij schrijven. Ik wens u veel plezier met het lezen van hun gedachtewisseling!

  Arno Walraven 1.JPG Michel Graef 1.jpg  
  Arno Walraven Michel Graef  

Sanatorium

In de Hei is veel veranderd. Cafés als Poels, Aben, Matje Verstappen, Rooyakkers, Cor Opbroek, Dreessen, Graebe Tuur, Jac Puts, de Krekel, Van Gevelt, Clarisse An zijn niet meer. Wat verderop, net in Beegden, lag de Piêp. In de Hei ligt het sanatorium, Hornerheide. Al 100 jaar. Tbc-patiënten werden er in de gezonde buitenlucht verpleegd. De omliggende bossen waren rijk aan zuurstof, schone lucht. Het Betje Wolf-poorthuisje -de vroegere bieb van juffrouw Voet-, het lighuisje en de boskapel herinneren aan die tijd. Monumenten in het groen. Mensen die destijds in de buurt woonden, hadden allemaal een relatie met het instituut. Velen waren er werknemer en verdienden er de kost. Namen als Theunissen, Van Rooijen, Haves, Mooren, Bremmers zijn onlosmakelijk verbonden met de historie van het sanatorium. Guus Evers woonde er in zijn jeugd en heeft er inmiddels zijn uitvaarthuis. Toen mijn vader in 1970 overleed, werd hij naar het mortuarium op Hornerheide gebracht. Onlangs had ik de factuur nog in handen. Niet te vergelijken met nu, maar evengoed veel geld om alleen maar te liggen. Als jongen van een jaar of tien kwam ik er dagelijks. Mijn vader had postkantoor en was bevriend met de echtgenoot van dokter De Bot. Dat vond ik wel apart, een vrouwelijke dokter. Tegenwoordig zijn in Horn uitsluitend vrouwelijke artsen. De Bot had een antiquariaat. Hij ontving en verstuurde dagelijks oude en waardevolle boeken. Ik was zo’n beetje koerier, een soort pakketdienst à la Emile Schreurs avant la lettre. De bekende kinderboekenschrijfster Irmgard Smits verbleef er in haar jeugd en schreef er haar eerste boek. Mijn moeder die vloeiend Frans sprak bezocht Franstalige patiënten. Ik mocht mee, maar moest op veilige afstand wachten, de ziekte was erg besmettelijk. Toch zag je nergens mondkapjes. Wachten is geen straf als je kunt vertoeven tussen de prachtige rododendrons. Ik was onder de indruk van het Poelspaviljoen, het lab, het meisjeshuis, de chique blauwe kamer, maar vooral van de galerij naar het voorbeeld van de beroemde Kapellbrücke in Luzern. Thuis werd over die stad aan het Vierwoudstrekenmeer verteld. Ik herinner me de drukte bij Poels en Van Gevelt tijdens bezoekuur. Fruitmandjes werden verkocht en Truus tapte een heerlijk pilsje; ze was niet voor niks veelvuldig kampioen biertappen. Toen ik wat ouder was, kwam ik er op zaterdag met de bakkerswagen en nog later was ik er Sinterklaas bij personeelsvereniging De eekhoorn. Als Prins en Vorst ging ik naar de mini-bonte avond. Aansluitend met het hele gezelschap én directeur Marcel Wijers naar Poels. De zoete inval. Nu kom ik er met de schutterij. Eens per jaar. Ik hoop dat in het jubileumjaar de aandacht vooral uitgaat naar de vele trouwe medewerkers die reeds tientallen jaren met ziel en zaligheid deskundige zorg verlenen zonder op de voorgrond te treden. Naar de Monique Peulens, Bert Bremmersen en al die anderen die met de “poten in de klei” Hornerheide gemaakt hebben tot wat het is; niet naar degenen op het pluche met het hoogpolig tapijt die nooit een ziekenbed van dichtbij zagen.

Arno Walraven, 27 juni 2021