Column week 25-2018.

Politiek-kenners Arno Walraven en Michel Graef zullen hier bij toerbeurt, elke zondag, een column in de vorm van een briefwisseling schrijven met betrekking tot ‘van alles’ wat zich in Horn afspeelt. Ik laat de artistieke vrijheid geheel aan hen over en heb zelf geen invloed op hetgeen zij schrijven. Ik wens u veel plezier met het lezen van hun gedachtewisseling!

  Arno Walraven.jpg Dhr Michel Graef.jpg  
  Arno Walraven Michel Graef  

De eeuw van mijn moeder

Michel, Afgelopen woensdag, 13 juni, op de feestdag van de heilige Antonius van Padua (Antonius, beste vrind; die van de gevonden voorwerpen) zou mijn moeder Truus Freulich 100 jaar geworden zijn. Ze werd geboren in de tijd dat de Spaanse griep woedde. Die maakte onder de Nederlandse bevolking veel meer slachtoffers dan in Spanje. Door deze epidemie stierven meer mensen dan ten gevolge van de Eerste Wereldoorlog die net geschiedenis was. Haar eigen moeder overleed eraan in 1924. Mijn moeder groeide op in Thorn en kwam na haar huwelijk met mijn vader in 1952 in Horn wonen op de Eindstraat. Ze was een familiemens. We gingen vaak naar Thorn en ook naar familie verder weg, in Amsterdam, Eindhoven, Arcen en Broekhuizenvorst. In haar jeugd bezocht ze Franse kostscholen en op enig moment spraken we tussen de middag Frans. In plaats van het bidden van de Engel des Heren. Veel beter toch! Qui a parlé le flamand? Het was een trotse, kordate en ondernemende vrouw. En royaal. Ze werd jong weduwe en was vervolgens een van de eerste werkende moeders in het dorp. Postkantoor aan huis. Emancipatie avant la lettre! Mam was plichtsgetrouw en had toch tijd voor het huishouden. Altijd twee soorten groentes en twee toetjes. Mijn broer en ik lustten namelijk niet hetzelfde. We werden verwend. Ze stond op de Sportparklaan te kijken als we voetbalden en waarschuwde toen al dat we niet te veel moesten koppen. Mijn moeder ging met ons op vakantie. Met de auto naar Luxemburg en Zwitserland, met het vliegtuig naar Ibiza en Mallorca; lang voordat iedereen dat gewoon vond. Ze leerde op latere leeftijd zwemmen. In haar jeugd mochten alleen jongens dat. Ze leerde braille, uit interesse. Ze had flair en kon de hele wereld aan. Toen ze na haar 70e met tante Zus naar Canada ging, haalde ze haar Engelse conversatie op. “Ik ben wel oud, maar niet ouderwets”, zei ze. En dat was waar. Ze zat vol zelfvertrouwen en was vernieuwend; haar tijd vooruit. Niet uitstellen wat je graag doet, was haar devies. Ze was gelovig en vereerde de heilige Theresia van Lisieux en was een van de beste “klanten” van Maria in haar filialen Sterre der Zee, Onder de Linden, Heppeneert, Kapel in het Zand en het kepelke aan de Leer. Haar lievelingslied was J’attendrai van Rina Ketty. Haar uitspraken waren befaamd: “Eine bujel mèt geldj hingtj gein 100 jaor op dezelfdje plaats”, herinnerde Har Knoops zich onlangs. Bij een verjaardag hoort een cadeau. Vanuit Lourdes per speciale koerier overgevlogen. De noveenkaars brandt op haar grafsteen. En dat is goed. Ze funkelde namelijk erg graag. Wat zou het fijn zijn haar te kunnen laten weten dat het goed met me gaat en en passant te vernemen of er iets is ná dit leven. Vast wel, want zij geloofde daar heilig in. J’attendrai, ik wacht op je. Als Geert Mak het heeft over de eeuw van zijn vader heb ik die van mijn moeder. Laten we proosten en vergeten hoe oud we zijn!

Arno Walraven, 17 juni 2018

Column wk 25 Arno zijn moeder..JPG