Column week 24-2019.

Politiek-kenners Arno Walraven en Michel Graef zullen hier bij toerbeurt, elke zondag, een column in de vorm van een briefwisseling schrijven met betrekking tot ‘van alles’ wat zich in Horn afspeelt. Ik laat de artistieke vrijheid geheel aan hen over en heb zelf geen invloed op hetgeen zij schrijven. Ik wens u veel plezier met het lezen van hun gedachtewisseling!

  Arno Walraven.jpg Dhr Michel Graef.jpg  
  Arno Walraven Michel Graef  

Plat

Michel, Gein sjoeaner taal es ‘t Plat. Ik ben liefhebber van dialectliedjes van Carboon, de Schintaler en Rowwen Hèze. De dialectgedichten van de overleden Roermondenaar Paul vd Goor zijn prachtig. Hij verstond de kunst om “het graan des levens om te stoken tot de jenever der poëzie” (Marsman). Onlangs werd het Limburgs als streektaal opnieuw erkend. Dat was in 1996 ook al gebeurd. Alwéér een kwestie van geduld tot heel Holland Limburgs ..? Strikt genomen bestaat het Limburgs niet eens. Het is een verzameling dialecten die van plaats tot plaats verschillen. Net als het Kantonees en het Mandarijn is het een toontaal. Woorden krijgen in een andere tonaliteit een andere betekenis. Kijk, en dat hebben we vóór op de rest van Nederland. Limburgssprekers worden daarom ook wel de Chinezen van Nederland genoemd. Mij wordt een Thoearse inslag “verweten”. Ik ben daar grëüts op; mijn moeder was er geboren. “Koeale hoeale òm te sjtoeake”; ik weet best dat het in Horn “kaole haole òm te sjtaoke” is, maar dat klinkt minder mooi. Vind ik. Ik beheers het Limburgs perfect, spreek het graag en blijf dat doen. Het is mijn moedertaal. Ik kan goed Limburgs schrijven, maar vind dat geen enkele meerwaarde hebben. Enkel met Vastelaovendj, het volksfeest dat de Limburger in de genen zit. Dan grijpt het volk de kans het masker óp of juist áf te zetten. Dan is de taal volks, plat. Dan zingen we liedjes in het plaatselijk dialect. Ik vind het onzinnig om van Limburgs een schoolvak te maken. Welk dialect zou dan onderwezen moeten worden? Dat van ons, ‘t Bieëgdjes, Remunjs, Haels of Hales? Allemaal varianten op de niet-bestaande taal Limburgs. Veldeke weet onze plaatsnaam zelfs niet goed te spellen. Kun je nagaan. Scholen moeten al zoveel en dan kies ik liever voor een goede beheersing van het Nederlands. Of het Duits. Zelfs het Engels kan  wel wat hulp gebruiken: HI, how is it with you? Vlaams en Latijn is voor fijnproevers. Nec plus ultra! Buitencategorie. In navolging van het regenboogpad zou je een regenboogtáál kunnen overwegen. Maar dan wel met een zachte Gay! Ik heb alle opvattingen over standaardisering van streektaal, de voors en tegens, geleerd in mijn opleiding Taalkunde. Ik heb het Remunjs en het Thoears waordebook thuis en ook ’t Oranje Beukske van ’t Eller Dialect; ik ken de Diksjenaer van ‘t Mesjtreechs. Formaliseer het dialect echter niet; dan gaat het leuke ervan af. Daar doet het bij tijd en wijle fluwelen vocabulaire niet aan af. Taal is immers meer dan een verzameling woorden. Ik besef “det ich de klöppel in ’t hoonderhok sjmiêt”. Mèt väol meriêl! Pierre Bakkes zal ‘t “krempel” noemen en “kiêke wie eine gepopdje (Moferse) uul” om me vervolgens met terugwerkende kracht te laten doubleren. Mijn stelregel is desondanks: laat het aanleren van het dialect over aan de ouders. Die zijn mans genoeg. Dat waren die van ons ook.

Arno Walraven, Pinksteren 2019;

Ps; En toch moet ik glimlachen als ik teksten in het ABW (Algemein Besjaafdj Waerds) van Puil, de sentefoekser van oos sjötte”, op Facebook lees!