Column week 22-2022.

Politiek-kenners Arno Walraven en Michel Graef zullen hier bij toerbeurt, elke zondag, een column in de vorm van een briefwisseling schrijven met betrekking tot ‘van alles’ wat zich in Horn afspeelt. Ik laat de artistieke vrijheid geheel aan hen over en heb zelf geen invloed op hetgeen zij schrijven. Ik wens u veel plezier met het lezen van hun gedachtewisseling!

  Arno Walraven.JPG Michel Graef 1.jpg  
  Arno Walraven Michel Graef  

Apenkop

We weten niet eens of corona wel helemaal weg is of er steekt alweer een nieuw virus de (apen-)kop op. Het apenpokkenvirus. Natuurlijk is geen enkele aandoening prettig, maar de beelden die ervan getoond worden, zijn vreselijk. Als je lichamelijk contact zoveel mogelijk vermijdt, kom je ermee weg. Maar wie weet, krijgt ook dit een apenstaartje. Voor hetzelfde geld loop je het op als een brutale aap je door je kleding iets in je bil inspuit. Needle spiking. Echte apenstreken. Apenkop, zei mijn moeder vroeger als we kwajongensstreken uithaalden. Een onschuldige benaming waar geen kwaad achter gezocht moest worden. Ook toen we wat ouder waren en apetrots in ons eerste apenpakkie apezat thuiskwamen, was nog geen man overboord en stond je niet echt voor aap. Dan zongen we ‘Een aapje wou eens lollig zijn’. Tegenwoordig kijk ik al de aap uit de mouw als ik apennootjes eet. Ik pas wel op, ik neem geen aap op de schouder. Kan ik voor de rest van de maand de aap zitten vlooien. Mensen hebben altijd wel een zwak gehad voor apen. Vroeger ging ik met mijn ouders al graag aapjes kijken bij Heiderust en als ik bij tante Riet was gingen we steevast naar Artis. De Congolese gorilla Gust was de grootste attractie in de Zoo van Antwerpen. Oppasser Aloïs Samson noemde het dier naar zijn vrouw Gusta. Ook een apenstreek. Gust groeide uit tot publiekslieveling van de dierentuin. Hij overleed in 1988 op 35-jarige leeftijd aan hartfalen. Hopelijk brengt de nieuwe ziekte het dier niet in diskrediet en zullen de mensen een zwak blijven houden voor die grappige bananenetende acrobaten van de dierentuin. Niet dat ze zo’n schoonheid zijn, integendeel. Zie ik opgedirkte mensen dan denk ik vaak aan het gezegde “Al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding”. Als ik voorheen de ambtsketen mocht dragen, was dat de standaardopeningszin van mijn toespraak. Later heb ik dat wel eens iemand horen na-apen. Daar maak ik me niet druk om, een oude aap leer je geen kunstjes. Wat er ook gebeurt, mijn sympathie voor de aap blijft. In tegenstelling tot de wolf. De grote boze wolf is mét de marter en de bever gepromoveerd tot nationale knuffelheld. De goegemeente moet maar voor lief nemen dat afgeknaagde bomen massaal het loodje leggen, dat schapen doodgebeten worden en dat het aangevreten kabelwerk in auto’s onbruikbaar wordt. Pokkenbeesten. Ik hoop dat het losloopt met de apenpokken, zodat de samenleving niet opnieuw op apegapen komt te liggen. Dan zijn we in de aap gelogeerd. Hopelijk is deze apekool een tijdelijke storm in een glas water, net zoals de als code oranje aangemerkte storm van vorige week. Ik had me het apenlazarus gewerkt om de apenbroodboom vast te sjorren met voorspeld pokkenweer op komst. Uiteindelijk heb ik op de goede afloop maar een lekkere korenwolf genomen. Soms heb je wat hulp nodig om je een aap te lachen.

Arno Walraven, 29 mei 2022