Column week 14-2019.

Politiek-kenners Arno Walraven en Michel Graef zullen hier bij toerbeurt, elke zondag, een column in de vorm van een briefwisseling schrijven met betrekking tot ‘van alles’ wat zich in Horn afspeelt. Ik laat de artistieke vrijheid geheel aan hen over en heb zelf geen invloed op hetgeen zij schrijven. Ik wens u veel plezier met het lezen van hun gedachtewisseling!

  Arno Walraven.jpg Dhr Michel Graef.jpg  
  Arno Walraven Michel Graef  

Aoj harmenie

Michel, De Drie Horens bestaat 100 jaar. Alleen de schutterij en de handboogvereniging zijn ouder. Mijn vader Piet (destijds zeer tot verdriet van mijn moeder Pie genoemd) was lid van de harmonie. Samen met zijn drie broers Baer, Wel en Sjeng. Hij speelde bugel. Behalve spelend lid was hij secretaris-penningmeester. Werkend bestuurslid dus. Zoals Thijs Nijskens tegenwoordig. Een duizendpoot; van alle markten thuis. Ik kan het niet achterhalen, maar volgens mij was mijn vader bestuurlijk en organisatorisch beter dan muzikaal. Op enig moment heeft hij bedankt als lid. Dat zal zeker te maken hebben gehad met de afsplitsing van enkelen begin jaren ’60 tot Beatrix, de nuuj harmonie. Mijn vader had vrienden in beide “kampen” en was te veel praktisch en te weinig principieel om te kiezen voor de een of de ander en ging ruzie altijd uit de weg. Tegenwoordig zou men dat verstandig noemen. De oorkonde van zijn erelidmaatschap is nog in ons bezit. Mijn moeder was een Thornse en haar familie behoorde tot de aanhang van de Koninklijke harmonie, de Bokken; de wereldkampioenen. Van mijn ouders mocht ik muziek leren. Ik mocht kiezen of ik bij de aoj of de nuuj ging. Ik had een lichte voorkeur voor de nuuj, want ik vond dat nieuw altijd beter was dan oud. Met de jaren ben ik ook oud gaan waarderen. Ik had vrienden bij beide. Ik zal dus wel de kool en de geit gespaard hebben, want het is er nooit van gekomen. De echte ambitie ontbrak bovendien. In het jubileumboek wordt uitgebreid verteld over de ups en downs van de jarige harmonie. Prins Hendrik schonk de pas opgerichte vereniging een vaandel. Ook déze flamboyante Prins had kennelijk als spreuk “Neet twiefele, dóón”. Hij genoot volgens de overlevering met volle teugen van de geneugten des levens. Ook in Horn werden hem die volop geboden. Naast de jacht had hij een zwak voor het vrouwelijk schoon en toonde zich een ongeremde rokkenjager. Ik ben dit in het boek (nog) niet tegengekomen en mis het overigens ook in het heemkundeboek over kasteel Horn. Kennelijk is Horn nog altijd volgzaam en gezagsgetrouw. Daar was meester Van de Boel vroeger duidelijker in toen hij in de geschiedenislessen de laatste graaf onomwonden omschreef als profiteur en klaploper. De actieve muziekvereniging biedt liefhebbers met regelmaat de gelegenheid te genieten van haar kunnen: concerten, voorspeelmiddagen, serenades. Toch zag ik persoonlijk de harmonie graag wat vaker op straat. In 100 jaar is ze in onze straat nog nooit geweest, de donateurs- en potgrondactie uitgezonderd. Wat zou het mooi zijn als de jubilerende vereniging met mooi weer eens door het “bungalowpark” zou marcheren. Wat oud is heeft beweging nodig, fysieke beweging. Dan kan tevens een serenade worden gebracht aan de eveneens 100-jarige middelbare school St.-Ursula. Dat zou aanstaande vrijdag al kunnen als beide eeuwelingen zich ontmoeten tijdens een schoolconcert. Ik ben benieuwd.

Arno Walraven, Halfvasten 2019