Verhalen

Op deze pagina zal ik met onregelmatige regelmaat een nieuw verhaal plaatsen. Denk aan verhalen van vroeger over heksen, aerdmenkes, witte wieven, de duivel enz. Verhalen hier uit Horn of de omliggende dorpen. Of gewoon een ander verhaal wat ik, of u, wilt delen.
Natuurlijk is een bijdrage van u dan ook welkom. Stuur het naar mij, maar denkt u wel aan het auteursrecht. Dus als het uit een boek komt: graag duidelijk vermelden.

Op internet een leuk artikel uit een boek over Limburgse monumenten gevonden. Wanneer zijn bepaalde oude gebouwen in Horn gebouwd? In onderstaand artikel kunt u het lezen!

Horn
(gemeente Haelen)

Dorp, ontstaan in de vroege middeleeuwen op de hoge oever van de Maas. Rond 1000 werd een eerste kerk gesticht. Uit 1102 dateert een vermelding van de eerste heer van Horn. In 1450 werd de heerlijkheid Horn een graafschap, dat in 1614 verviel aan het prins-bisdom Luik. Na de Tweede Wereldoorlog is het dorp vooral aan de noordwestzijde uitgebreid.

Kasteel Horn (Kasteelstraat 6) ligt op een kunstmatig verhoogde zandopduiking en wordt omgeven door een droge gracht. Mogelijk op de plaats van een oudere motte bouwde men in de eerste helft van de 13de eeuw een onregelmatig rond mottekasteel met vier halfronde torens, een vierkante poorttoren (oostzijde) en een zaal (zuidzijde), onderling verbonden door weermuren. Dit stamkasteel van de heren van Horn wordt in 1243 voor het eerst vermeld. Rond 1300 werden poort, muurtorens en ringmuur in mergelsteen verhoogd en kreeg de ringmuur een weergang, steunberen en arkeltorentjes. In 1306 vestigde de heer van Horn zich in Weert. In de 15de eeuw ontstond door vergroting en verhoging van het woonverblijf aan de zuidzijde en de uitbreiding van de oostvleugel een L-vormig complex. Hierbij verdwenen een deel van de ringmuur en twee torens. Aan de noordzijde van de bestaande poort verrees een nieuwe poorttoren. Na schade door een beschieting in 1615 heeft men de oude poort tot woning verbouwd en de poorttoren hoger opgetrokken. In de 18de eeuw raakte het kasteel in verval en was het als boerderij verpacht. Marcel Gérard Magnée, die in 1798 eigenaar werd, liet de zaal in de woonvleugel in twee lagen splitsen. Bovendien werd de oostzijde van dit bouwdeel geheel vernieuwd en de westkant vervangen door een keuken- en personeelsvleugel. In de 19de eeuw volgden neogotische toevoegingen, zoals de balustrades in de geopende bogen van de ringmuur en nieuwe raamomlijstingen. De kleine toren werd ingericht als kapel. De oorlogsschade in 1945 was gering, maar door een brand in 1948 leden het woon- en keukengedeelte ernstige schade. Bij de in opdracht van mevrouw R. Magnée-Van Afferden in 1954-'57 naar plannen van P. Cuypers jr. uitgevoerde restauratie kreeg de ridderzaal weer de oude 15de-eeuwse omvang. Aan de noordzijde ligt de voorm. nederhof met diverse gebouwen. Uit de 19de eeuw dateren de U-vormige boerderij (Kasteelstraat 11) en de losstaande varkenschuur. De uit de 18de eeuw stammende jachtopzienerwoning ‘Kasteelshof’ (Kasteelstraat 13) is in 1903 verbouwd. De bijbehorende schuur met rosmolen dateert uit 1836. Verder zijn er nog een grote schuur en een wagenschuur; de laatstgenoemde heeft inwendig laat-19de-eeuwse paardenstallen en - boxen van Engelse makelij. Het eenvoudige landschapspark omvat diverse park- en tuingedeelten en een oude oprijlaan (18de eeuw of ouder). Verder zijn er vier 18de-eeuwse toegangshekken, een gemetselde fontein met rugdeel in Lodewijk XV-vorm (bij de kasteelbrug), verschillende 19de- en 20ste-eeuwse tuinsieraden en een gedenksteen van A. Hendrickx ter ere van R. Magnée (1935).

R.K. St.-Martinuskerk (Kerkstraat 3) is een driebeukige kruiskerk met terzijde staande, ongelede toren. Deze kerk in traditionalistische vormen werd in 1936-'37 gebouwd naar ontwerp van S.J. Dings, ter vervanging van een voorganger uit 1838. De in 1944 opgeblazen torenspits is kort daarop hersteld. Tot de inventaris behoren een zwart marmeren doopvont (circa 1840) en enkele gebrandschilderde ramen van E. Laudy.

Op het kerkhof bevinden zich enkele grafkruisen, waaronder één uit 1626, en een verhoogde neogotische grafzerk voor R. Magnée († 1858). De kapelanie (Kerkpad 9) is een middenganghuis uit circa 1860 met lisenen, tandlijsten en een hardstenen entreepartij. De pastorie (Kerkstraat 2) werd in 1926 gebouwd naar een expressionistisch ontwerp van architect Reijnders.

Kloosters. Het klooster H. Hart van Maria (Kerkpad 5) werd gebouwd rond 1912 voor de Dienaressen van de H. Geest uit Steijl. Het heeft de vorm van een fors herenhuis in sobere neoclassicistische stijl, voorzien van een risalerende middentravee met topgevel en Mariabeeld. Vlakbij staat de bijbehorende bewaarschool. Het klooster St. Magdalena (Bergerweg 23), gelegen ten westen van Horn, maakt deel uit van het Jeugddorp ‘Bethanië’, dat in 1957 werd opgericht en in traditionalistische vormen werd gebouwd.

Raadhuizen. Het voorm. raadhuis Raadhuisplein 2, oorspronkelijk met onderwijzerswoning op de begane grond, is een sober neoclassicistisch gebouw uit 1895. In 1933 werd het gehele pand raadhuis. Het voorm. raadhuis Raadhuisplein 1 kwam in 1938-'39 tot stand in traditionalistische vorm naar plannen van J.Th.J. Cuypers, geassisteerd door J.M.J. Wagemans.

Woonhuizen. Tot de schaars overgebleven oudere dorpsbebouwing behoren enkele brede eenlaags huizen met natuurstenen deuromlijstingen en wagenpoorten, zoals Kerkstraat 1 (circa 1800). Het sobere neoclassicistische pand Dorpstraat 57 is uit 1881, Dorpstraat 103 uit circa 1880. Neorenaissance-vormen heeft de uit circa 1910 daterende directeurswoning Dorpstraat 47 van de verdwenen brouwerij Huyben. Soberder neorenaissance-vormen vertonen de eenlaagspanden Hoogstraat 3 (circa 1910), Kasteelstraat 2 (circa 1915) en het café annex woonhuis Café aan de Kirk (Raadhuisplein 6; circa 1905). Typerende voorbeelden in zakelijk-expressionistische stijl zijn de villa's Rijksweg 14 (1936), naar ontwerp van J. Turlings, en Bergvrede (Rijksweg 3; 1938), ontworpen door P.J. Coppen.

Boerderijen. De in 1984 gerestaureerde gesloten hoeve Het Posthuis (Posthuisweg 12), met aan de straat een woonvleugel uit 1780, was een pleisterplaats voor de post. Baexemerweg 2 is een L-vormige boerderij met een statig woongedeelte uit 1846. De langgevelboerderij Kasteelstraat 9 is voorzien van de jaartalankers ‘1861’.

Windmolens. De uit 1817 daterende bergmolen De Hoop (Molenweg 26) heeft een bakstenen onderbouw, een met leien gedekte houten romp en een kap met schaliën. De molen De Welvaart (Molenweg 1), een bergmolen met ronde stenen romp, is op de baard gedateerd ‘1823/1933’ maar is mogelijk herbouwd in 1864-'65. Beide korenmolens zijn in 1974-'75 gerestaureerd. Het molenaarshuis (Molenweg 3) is uit circa 1865.

De muziektent. (Kerkstraat ong.) is een vijfzijdig gebouw uit 1938, gebouwd tegen het woonhuis Wal 3. Het is in 1989 gerenoveerd.

Sanatorium Hornerheide (Hornerheide 1), gelegen ten noordwesten van Horn, werd in 1921 gesticht als sanatorium voor tuberculosepatiënten. De verpleging was eerst in handen van de Dienaressen van de H. Geest uit Steijl en na de uitbreiding van 1926 van de Kleine Zusters van St. Joseph uit Heerlen. De oudste gebouwen zijn de paviljoens uit 1921 aan de westzijde, mogelijk ontworpen door Th.J. Geerts. De in 1921 naar plannen van M. Roggel gebouwde kuurhal (nu mortuarium) is in 1927 verbouwd door J.M.J. Wagemans. Het in 1926-'28 opgetrokken hoofdgebouw kreeg in 1954 een nieuwe voorgevel met een reliëf van D. Wong en een hal voorzien van ramen van Ch. Eyck met het thema ‘Het gezonde leven in Limburg’. Centraal op het terrein bevindt zich de boskapel, een kleine driebeukige houten kerk uit 1927, waarvan het ontwerp wordt toegeschreven aan Th.J. Geerts. Het houten tuinhuisje, dat als lighuisje voor patiënten werd gebruikt, is eveneens door Geerts ontworpen. Het Mariapaviljoen dateert uit 1926-'28 (verhoogd rond 1950). De in traditionalistische vormen uitgevoerde Ariëns- en Poelspaviljoens zijn in 1952 gerealiseerd, beide met open verbindingsgalerijen. Na 1960 is Hornerheide verbouwd en uitgebreid tot astmacentrum en verpleegtehuis.